Het Nederlands IJzermuseum is betrokken bij de reconstructie van de eerste Nederlandse hoogoven / ijzergieterij. Een initiatiefgroep uit Gaanderen (gemeente Doetinchem) heeft het plan om een historische attractie toe te voegen aan het arsenaal aan toeristische trekpleisters in de Achterhoek. Het IJzermuseum levert enkele adviseurs aan het bestuur van de initiatiefgroep. De groep wil op of nabij de oorspronkelijke plek de eerste Nederlandse IJzermolen (feitelijk de eerste hoogoven) herbouwen om aandacht en belangstelling te genereren voor het rijke industriële verleden van de Achterhoek. In de te stichten gebouwen kan een expositie ingericht worden die zich richt op toeristen en regiobewoners. Voor het invullen van het museale gedeelte is de medewerking tot stand gebracht met het Nederlands IJzermuseum in Ulft.

De Gaanderense IJzermolen was de eerste ijzermolen en daarmee het eerste vroeg-industriële hoogovenbedrijf in Nederland. Het was een onderslagmolen.

Het bedrijf dateert van kort na 1689 en bevond zich aan de Bielheimerbeek. Reeds eerder had hier een watermolen gestaan, en wel die van het 12e-eeuwse Klooster Bethlehem of Bielheim, dat echter, tezamen met de watermolen, bij het begin van de Tachtigjarige Oorlog was verwoest.

In genoemd jaar vroeg Josias Olmius een vergunning aan om te mogen “ontdecken, soecken ende reduceren sodaene minerael van ijser ende alle andere mineraliën, als hij aldaer sal konnen vinden, dienstig om iser te gieten”. Hij is van plan een ijzergieterij te beginnen; de watermolen zal dan de blaasbalgen voor de ovens moeten aandrijven.

Deze “nieuw geïnventeerde ijsermakerie” maakte o.m. handgranaten, bommen en kogels alsmede huishoudelijke voorwerpen.

Het bedrijf werd in 1794 eigendom van de voormalige pachters Geert Janssen en Willem de Haas en ging verder onder de naam Janssen & De Haas. Zij hadden in Laag-Keppel sinds dat jaar een hoogoven / ijzergieterij. Als nevenbedrijf bleef de Gaanderense ijzermolen (later ook wel de Rekhemse IJzerhut genoemd) nog actief tot 1809; toen werd het gesloten en werden de spullen naar Keppel verplaatst.

In het midden van de achttiende eeuw wordt er een tekening gemaakt van de ijzerhut waarop waterrad en oploopbaan duidelijk worden aangegeven. Deze tekening vormt de basis voor de beoogde herbouw.

Op de tekening zie je de watermolen als een L-vormig gebouw staan en twee bijgebouwen. Die zullen waarschijnlijk voor opslag bedoeld zijn. De tekening is gemaakt in 1752, toen de molen op volle toeren draaide.

Nieuws & updates

16 juni 2021

Walk-by Expo ‘Ode aan de DRU’ in de serre van de Afbramerij

LEES MEER
16 juni 2021

Houtskool branden

LEES MEER